Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308.
7. Voor wat betreft de eerste klacht onderscheidt de steller van het middel blijkens zijn toelichting drie ter terechtzitting gevoerde verweren, op twee waarvan de Rechtbank niet gereageerd zou hebben. Dat betreft het primaire verweer dat er zowel van een voltooide als dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM sprake is en het subsidiaire verweer dat de uitlevering ontoelaatbaar verklaard moet worden omdat er sprake is van een zodanig grove veronachtzaming van het recht van de opgeëiste persoon op een eerlijk proces dat art. 6, eerste lid, EVRM is geschonden. In het middel wordt daarbij verwezen naar de punten 3.6 en 3.8 van de ter zitting overgelegde pleitnota.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b, en de alinea staat in dat document op bytes 7497 tot 8185.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b | shasum -a 256