Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308.

10. De volgende vraag die in het middel wordt opgeworpen is of de Rechtbank op genoegzame wijze de gevoerde verweren heeft verworpen. De steller van het middel meent dat indien als verweer wordt gevoerd dat er sprake is van een voltooide of dreigende schending van art. 6, eerste lid, EVRM, de uitleveringsrechter daarop een gemotiveerde beslissing dient te nemen. Onder verwijzing naar een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 7 maart 2000, waarvan ik de niet vermelde vindplaats niet heb kunnen achterhalen, wordt betoogd dat de rechter een dergelijk verweer niet kan verwerpen op de wijze zoals de Rechtbank dat heeft gedaan: door te overwegen dat de opgeëiste persoon zich met zijn klachten kan wenden tot de Spaanse rechter en eventueel het Europees Hof van Justitie (bedoeld zal zijn het EHRM; WHV).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b, en de alinea staat in dat document op bytes 10419 tot 11271.