Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308.
12. Het is vaste rechtspraak dat bij de beoordeling van een uitleveringsverzoek in gevallen zoals het onderhavige, waarin zowel de verzoekende staat als de aangezochte staat is toegetreden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in beginsel moet worden uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende staat de desbetreffende bepalingen van dit verdrag zal eerbiedigen. Dit beginsel kan voor wat betreft art. 6 EVRM uitzondering lijden indien blijkt dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6, eerste lid, EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren, aan de nakoming van de uit het toepasselijke uitleveringsverdrag voortvloeiende verplichting in de weg staat. (zie onder meer HR 29 mei 1990, NJ 1991, 467, HR 16 dec. 1997, NJ 1998, 388, HR 17 dec. 1996, NJ 1997, 534 m.nt. Sch en HR 27 feb. 2001, zaaknummer 00403/00/U).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b, en de alinea staat in dat document op bytes 12310 tot 13380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b | shasum -a 256