Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308.

17. De eisen die aan een dergelijke uiteenzetting van feiten worden gesteld zijn niet dezelfde als die welke gelden voor een tenlastelegging. Bovendien behoeven de in het aanhoudingsbevel en uitleveringsverzoek vermelde feiten niet geheel dezelfde te zijn en voorziet zowel de Uitleveringswet (art. 19, tweede lid, UW) als het in deze zaak toepasselijke EUV (art. 13) in het opvragen van aanvullende informatie aan de verzoekende staat. Van die mogelijkheid is in deze zaak meermalen gebruik gemaakt. Een en ander brengt mee dat het oordeel van de Rechtbank niet onbegrijpelijk is en geen nadere motivering behoeft. Daarbij teken ik aan dat in het bij de Rechtbank gedane beroep op ontoereikendheid van de omschrijving van de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, wordt voorbijgegaan aan de hiervoor genoemde brief van 31 juli 2002 en de inhoud van die brief - anders dan de Rechtbank heeft gedaan en heeft kunnen doen - kennelijk niet is gezien als de uiteindelijke omschrijving van de feiten waarvoor de uitlevering werd gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b, en de alinea staat in dat document op bytes 15595 tot 16650.