Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308.

"3.9 (...) dan moet in ieder geval worden vastgesteld dat [de opgeëiste persoon] onschuldig is aan de feiten waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd. Hij heeft dat aan de hand van het hierboven gestelde onverwijld aangetoond zonder dat diepgaand onderzoek door uw rechtbank noodzakelijk is geweest. Daarmee is de uitlevering ontoelaatbaar, nu er geen sprake kan zijn van een redelijk vermoeden van schuld, een en ander zoals bedoeld in art. 26 lid 3 jo. 28 lid 2 Uw."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b, en de alinea staat in dat document op bytes 22495 tot 22977.