Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308.
25. Gelet op hetgeen ter terechtzitting is aangevoerd, is de vaststelling van de Rechtbank dat de opgeëiste persoon heeft medegedeeld niet onverwijld zijn onschuld te kunnen aantonen, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk. De eerste klacht is dan ook terecht gedaan. Maar gelet op het vervolg van de overweging van de Rechtbank ("terwijl niet is gebleken dat er te zijnen aanzien geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld") ligt in het oordeel van de Rechtbank besloten dat zij heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon niet onverwijld heeft kunnen aantonen onschuldig te zijn aan de feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd (vgl. HR 12 nov. 2002, LJN AE8853).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b, en de alinea staat in dat document op bytes 23513 tot 24217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3352dd73774a6fcafc78b2ae61c92d672582fe46ebd349cad0c2cb2b0b42b | shasum -a 256