Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3312.

3. Het middel keert zich tegen het oordeel dat zich in de aan het uitleveringsverzoek ten grondslag liggende strafvervolging een zó ernstige schending van de redelijke termijn, als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, heeft voorgedaan dat de uitlevering om die reden ontoelaatbaar verklaard dient te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd, en de alinea staat in dat document op bytes 12271 tot 12593.