Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3312.

"1. Art. 6 EVRM - inzake de behandeling van een strafzaak binnen een redelijke termijn - beoogt te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging zou moeten leven. Aldus kan op het aan de verdachte toegekende recht op berechting binnen een redelijke termijn inbreuk worden gemaakt door het tijdsverloop, te rekenen vanaf het moment dat vanwege de vervolgende staat jegens de betrokkene -in dit geval: de opgeeiste persoon- een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem terzake van de hem medegedeelde en verweten strafbare feiten door het Openbaar Ministerie van de vervolgende staat een strafvervolging zal worden ingesteld (vgl HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd, en de alinea staat in dat document op bytes 12699 tot 13482.