Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3312.
5. De vraag welke vervolgens aan de orde komt is of de opgeeiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 eerste lid EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het te dezen toepasselijke uitleveringsverdrag (en daarbij, als hierboven, genoemde Overeenkomsten) voortvloeiende verplichting tot uitlevering in de weg staat (vgl HR 5 maart 1991, NJ 1991, 547, r.o. 6.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd, en de alinea staat in dat document op bytes 15459 tot 16005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd | shasum -a 256