Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3312.

5. Indien - zoals in het onderhavige geval - ook de verzoekende Staat is toegetreden tot het EVRM dient er bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een verlangde uitlevering in beginsel op vertrouwd te worden dat de verzoekende Staat de bepalingen van dit Verdrag zal eerbiedigen. Dit vertrouwensbeginsel zal slechts kunnen wijken indien het als aannemelijk beschouwd moet worden dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering wordt blootgesteld aan een zodanig risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6, eerste lid, EVRM toekomend recht dat de krachtens art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren in de weg staat aan de verplichting tot uitlevering, vgl onder meer HR NJ 1991, 467.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd, en de alinea staat in dat document op bytes 18234 tot 18987.