Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3312.

8. De Rechtbank heeft vastgesteld dat het aanvangstijdstip van de redelijke termijn is gelegen in het jaar 1993, toen de opgeëiste persoon als verdachte is verhoord en een huiszoeking is verricht. Voorts heeft de Rechtbank vastgesteld dat er tussen dit aanvangstijdstip en het moment waarop de Belgische autoriteiten om uitlevering van de opgeëiste persoon hebben gevraagd een periode van 9 jaar is verstreken, welk tijdsverloop in geen enkel opzicht voor risico van de opgeëiste persoon kan komen. Met dat laatste heeft de Rechtbank kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat het tijdsverloop niet te wijten is aan het gedrag of de procesopstelling van de opgeëiste persoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd, en de alinea staat in dat document op bytes 19906 tot 20601.