Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3312.
13. Een met de in de verzoekende Staat ingestelde strafvervolging gemoeid tijdsverloop van negen jaren of meer brengt niet noodzakelijk met zich mee dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het risico van een flagrante schending van zijn recht op vervolging en berechting binnen een redelijke termijn. Anderzijds staat het de rechter, dunkt mij, vrij om dat risico van een flagrante schending wegens zulk tijdsverloop aannemelijk te achten indien het er voor gehouden moet worden dat de vervolgende autoriteiten gedurende aanzienlijke delen van die periode geen pogingen in het werk hebben gesteld de opgeëiste persoon op de hoogte te brengen van cruciale beslissingen in verband met diens vervolging, ofschoon de mogelijkheid daartoe aanwezig is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd, en de alinea staat in dat document op bytes 24064 tot 24869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/35da75be22168284d4aba7883e118dee961ba6685ac43e43be5ec283e88a83fd | shasum -a 256