Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3361.
9. Noch bij de totstandkoming van de Wgw noch bij de vervanging van de vergunning voor grensoverschrijdend vervoer door een communautaire vergunning heeft de wetgever reden gezien de werking van art. 14 lid 1 Wgw te beperken tot het door de steller van het middel aangeduide deel van Europa. Art. 2 lid 2 Wgw en de definitie van grensoverschrijdend vervoer hebben steeds zo geluid en zijn steeds zo blijven luiden dat het grensoverschrijdend vervoer niet beperkt is tot een bepaald deel van de wereld, laat staan tot een bepaald deel van Europa. Dat behoeft ook geen verbazing te wekken. Slechts zo kunnen vervoerders in de Europese Unie op gelijke voorwaarden met elkaar concurreren. Kunnen vervoerders die ook buiten de Europese Unie rijden hun kosten drukken door voor het vervoer buiten de grenzen van de Unie gebruik te maken van chauffeurs uit zogenaamde "lage-lonen-landen", dan kunnen zij voor het vervoer binnen de Unie lagere tarieven berekenen dan de vervoerders die niet buiten de Unie werken. Daarmee is concurrentievervalsing een feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a, en de alinea staat in dat document op bytes 7997 tot 9060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a | shasum -a 256