Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3361.
25. Nu uit de verklaring van de vertegenwoordiger van [verdachte] blijkt dat het vervoer geschiedde voor rekening en risico van verdachte zie ik niet in hoe de door de raadsman genoemde omstandigheid aan bewezenverklaring in de weg kan staan. Het bepaalde in art. 1 lid 2 Wgw, luidende, dat onder beroepsvervoer en eigen vervoer mede wordt verstaan het door de ondernemer in een vrachtauto laden of daaruit lossen van goederen, sluit dat niet uit. De wet spreekt immers uitdrukkelijk van "mede", daarmee aangevend dat laden en lossen onder vervoeren moet worden begrepen, en niet - zoals de steller van het middel wil - dat een ondernemer die een ander bedrijf laat laden en lossen daarmee vervoerder af is. Transporteren en niet laden en lossen is immers de kern van"vervoeren".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a, en de alinea staat in dat document op bytes 18836 tot 19628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a | shasum -a 256