Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3361.

36. Tenslotte wijs ik er nog op dat het arrest van het Hof ook niet in stand kan blijven omdat de voor één feit opgelegde straf de grens van art. 6 lid 1, aanhef en onder 40, WED te boven gaat. Deze bepaling stelt op handelen in strijd met art. 14 lid 1 Wgw een straf van geldboete van de vierde categorie. Volgens art. 23 (oud) Sr bedraagt het maximum van een geldboete van de vierde categorie vijfentwintigduizend gulden. Dat is de helft van de geldboete die het Hof heeft opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc83b0b0e96602d9283ffd174b456218de7b37b8256db920f94ebb622ab2c30a, en de alinea staat in dat document op bytes 26334 tot 26833.