Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3368.
19. Aanvankelijk huldigde de Hoge Raad de opvatting dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting moest blijken dat zowel de verdachte als de raadsman gelegenheid voor het laatste woord hadden gekregen(4). Indien echter aan de strekking van art. 311, vierde lid, Sv zoals door de Hoge Raad verwoord en hierboven onder 17 weergegeven, niet te kort was gedaan en de verdachte niet in enig belang was getroffen, hoefde het feit dat aan de raadsman niet het laatste woord was gelaten, niet tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting te leiden.(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/824258f33b480ae6e0c77345fd924c5e6a607d6ecb48defb3813d85e2949c1d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 824258f33b480ae6e0c77345fd924c5e6a607d6ecb48defb3813d85e2949c1d4, en de alinea staat in dat document op bytes 13047 tot 13615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/824258f33b480ae6e0c77345fd924c5e6a607d6ecb48defb3813d85e2949c1d4 | shasum -a 256