Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3368.

22. Heeft een verdachte een raadsman, dan pleegt de verdachte de verdediging aan hem over te laten en reageert de raadsman bij pleidooi op het requisitoir van de officier van justitie. Daarna krijgt de officier van justitie de gelegenheid voor repliek en de raadsman de gelegenheid voor dupliek. Ten slotte wordt aan de verdachte het recht gelaten het laatst te spreken. Deze gang van zaken, zoals deze in de praktijk gegroeid is, vinden we in de wet niet echt terug. Bij het laatste woord ligt de nadruk daardoor veelal niet zozeer op de verdediging, als wel op het naar voren brengen van andere aspecten van de zaak die naar verdachtes inzicht van belang zijn. In de praktijk heeft het laatste woord van de verdachte zo de ruimere functie gekregen als hiervoor onder nr. 18 beschreven. Remmelink spreekt in dit verband beeldend van "het allerlaatste woord".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/824258f33b480ae6e0c77345fd924c5e6a607d6ecb48defb3813d85e2949c1d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 824258f33b480ae6e0c77345fd924c5e6a607d6ecb48defb3813d85e2949c1d4, en de alinea staat in dat document op bytes 15045 tot 15917.