Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3410.

10. Het gaat in de onderhavige zaak om de verplichting tot inbreng inzake een vóór de inwerkingtreding, op 1 januari j.l., van het nieuwe erfrecht opengevallen nalatenschap. Voor deze inbrengverplichting blijft derhalve ingevolge de algemene bepaling van art. 69 Overgangswet het oude recht gelden. Zie de MvT bij het wetsvoorstel houdende het overgangsrecht bij Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (Tweede Kamer, vergaderjaar 1999-2000, 26 822, nr 3, p. 27) waar het volgende wordt opgemerkt: "De verplichting tot inbreng, in de huidige wet geregeld in de artikelen 1132-1145, en in de nieuwe wet in de artikelen 4.5.2.3 tot en met 4.5.2.8 (lees: 4.5.4.3 tot en met 4.5.4.8; inmiddels: art. 4:229 t/m 4:233; DVL), is een verplichting die ontstaat of althans effect verkrijgt bij het overlijden van de erflater. Ingevolge art. 69 Ow. blijft het huidige recht derhalve gelden voor de inbrengverplichtingen die bestaan ten opzichte van de, voor de inwerkingtreding van het nieuwe Boek 4 opengevallen, nalatenschappen. Dit geldt zowel voor de aanwijzing van degenen die tot inbreng zijn verplicht als voor de omvang van hun inbrengverplichting en voor de waardering van de tot inbreng nopende giften."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5, en de alinea staat in dat document op bytes 18736 tot 19976.