Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3410.
Uit dit arrest blijkt dat bij toepassing van art. 4:1132 (oud) BW moet worden uitgegaan van een geobjectiveerd schenkingsbegrip, zodat achterliggende motieven zoals een onverplichte beloning voor verrichte werkzaamheden of de wens tot continuering van een boerenbedrijf door één van de kinderen, in beginsel geen afbreuk zullen kunnen doen aan de bevoordelingsbedoeling. Ook annotator Kleijn stelt vast dat uit dit arrest blijkt dat "de veel verbreide mening dat de verpachting (of overdracht tegen verpachte waarde) door de ouder(s) aan één der kinderen (bijna) nooit een schenking is, niet meer als algemeen geldend mag worden beschouwd" en dat de bevoordeling sneller wordt aangenomen dan veelal wordt gedacht. Omdat bij het verlenen van een "blijversrecht" in agrarische (familie)-verhoudingen inbreng van de schenking meestal tegen de bedoeling van de ouder in zal gaan, noopt deze uitspraak de ouder zich te beraden om een vrijstelling van inbreng te verlenen in dit soort gevallen zolang de wetgever nog niet heeft ingegrepen, aldus Kleijn. Zoals hiervoor reeds bleek, heeft het door Kleijn gewenste ingrijpen van de wetgever inmiddels plaatsgevonden. Terzijde merk ik in dit verband op dat de door Kleijn aangehaalde "veel verbreide mening" vermoedelijk samenhing met de door de fiscus gevolgde praktijk om over de hier bedoelde bevoordeling geen schenkingsrecht te heffen. Zie onder meer HR 26 maart 1997, BNB 1997, 186 m.nt. J. Zwemmer. De daartoe strekkende resolutie is inmiddels ingetrokken wegens de overlapping met de kwijtscheldingsregeling van art. 26 Invorderingswet. Overigens was deze vrijstelling gebonden aan de voorwaarden dat de erfgenaam/bedrijfsopvolger het bedrijf nog geruime tijd voortzet en dat ook de familieleden in hun onderlinge verhouding van deze fictieve waarde uitgaan; zie nader: H. Schuttevâer en J.W. Zwemmer, De Nederlandse Successiewetgeving, 5e druk 1998, p. 182-183 en 246-247.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5, en de alinea staat in dat document op bytes 24497 tot 26437.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5 | shasum -a 256