Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3410.

13. Uit (de opbouw van) het bestreden arrest moet worden afgeleid dat het Hof [verweerder 1] in zijn subsidiaire stellingname is gevolgd. In rechtsoverweging 4 besliste het Hof, kennelijk in zoverre afwijkend van het oordeel van de Rechtbank, dat de verkoop van de grond beneden de toen geldende marktprijs voor f 9.000,- per hectare aan [verweerder 1] en [verweerster 2] - en niet aan [eiser] - ongeacht uit welke motieven voortgekomen, strekte tot bevoordeling van de kopers en hen verplichtte tot inbreng van het daarmee gemoeide voordeel. Vervolgens oordeelde het Hof in rechtsoverweging 5 dat de Rechtbank dit voordeel voor [verweerder 1] "op goede gronden" heeft bepaald op een bedrag van f 4.000,- per hectare, zijnde het verschil tussen de prijs waarvoor de vader die grond kort voor de verkoop had overgenomen en de door [verweerder 1] betaalde prijs. Volgens het Hof is uit het vermogen van de vader "niet minder maar ook niet meer ten goede gekomen aan [verweerder 1]". Ter motivering van dat oordeel heeft het Hof, anders dan de Rechtbank deed, aandacht besteed aan de verpachting, althans aan de verkoop tegen de waarde in verpachte staat. In dit verband achtte het Hof doorslaggevend dat vader [betrokkene 1] "door deze verpachting op zijn rol als tussenpersoon in 1986" niet meer heeft toegelegd dan f 4.000,- per hectare. Hiertoe overwoog het Hof enerzijds dat de vader de onverpachte grond voor de verpachte waarde van f 13.000,- per hectare had overgenomen en anderzijds dat de overige stukken grond reeds waren verpacht aan degenen aan wie zij zijn toegedeeld; het Hof concludeerde dat het "gerechtvaardigd" was dat vader [betrokkene 1] de grond alsnog aan [verweerder 1] verpachtte alvorens deze "als een sequeel van de verdeling van die nalatenschap" aan hem te verkopen. In dit verband achtte het Hof kennelijk voorts van belang dat voordat de Hoge Raad zijn arrest van 4 november 1994, NJ 1995, 485 had gewezen, het "gebruikelijk was om grond die aan een deelgerechtigde was verpacht aan die deelgerechtigde voor de waarde verpacht toe te delen zonder rekening te houden met de bevoordeling die eventueel bij de voorafgaande verpachting aan hem had voorgezeten".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5, en de alinea staat in dat document op bytes 27610 tot 29808.