Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3410.
14. Het tegen deze beslissingen gerichte middel slaagt. Het middel betoogt, in met name zijn vierde onderdeel, met juistheid dat als gevolg van de scheiding en deling van de nalatenschap van de moeder tot het vermogen van de vader is gaan behoren de objectieve waarde van het litigieuze, aan [verweerder 1] verkochte, perceel in onverpachte staat, door [verweerder 1] gesteld op f 50.000 per ha. Evenzeer juist is het uitgangspunt van datzelfde middelonderdeel dat nu de nalatenschap van de moeder volledig gescheiden en gedeeld was, er rechtens geen reden bestond om de grond alsnog "als een sequeel van de verdeling van die nalatenschap" aan [verweerder 1] te verpachten en te verkopen. Kennelijk is het Hof ervan uitgegaan dat de verpachting aan [verweerder 1] is geschied met het oog op de daarop volgende verkoop aan [verweerder 1]. Mede gezien het hiervoor genoemde arrest van 4 november 1994, betoogt het middel terecht dat vader [betrokkene 1] door de - onverplichte - verpachting en daaropvolgende verkoop ten laste van zijn vermogen [verweerder 1] een voordeel heeft gegund dan wel [verweerder 1] heeft verrijkt met het verschil tussen de werkelijke waarde in onverpachte staat en de door [verweerder 1] betaalde koopprijs. Het is dit bedrag dat, om met het Hof te spreken, uit het vermogen van de vader aan [verweerder 1] ten goede is gekomen. Het middel klaagt derhalve terecht dat 's Hofs oordeel dat de vader door de verpachting "op zijn rol als tussenpersoon niet meer heeft toegelegd dan f 4.000,- per hectare" blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting dan wel dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Zoals het middel eveneens met juistheid aanvoert is dit oordeel niet toereikend voor 's Hofs beslissing dat [verweerder 1] uitsluitend het bedoelde bedrag behoeft in te brengen, zodat ook deze beslissing, zo niet rechtens onjuist, minstgenomen onvoldoende is gemotiveerd. Voorzover zou moeten worden aangenomen dat het Hof wel heeft onderkend dat vader [betrokkene 1] [verweerder 1] heeft bevoordeeld dan wel verrijkt met het verschil tussen de waarde van de grond in onverpachte staat en de door [verweerder 1] betaalde koopprijs maar niettemin op andere gronden van oordeel was dat dit voordeel niet volledig behoefde te worden ingebracht is dat oordeel bij gebreke van een nadere motivering onbegrijpelijk. Indien het Hof in dat verband zou hebben gemeend dat uit het motief dat naar 's Hofs oordeel bij vader [betrokkene 1] heeft voorgezeten, namelijk het voltooien van de door hem gewenste verdeling van de gronden, volgt dat de vader ter zake van het verschil tussen de werkelijke waarde en de door hem betaalde koopprijs van f 13.000,- niet de bedoeling tot bevoordeling heeft gehad, zou dat oordeel - gelet op hetgeen hiervoor onder 10-11 werd vooropgesteld - evenzeer blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting. 's Hofs arrest zal dan ook - voorzover tussen [eiser] en [verweerder 1] gewezen - niet in stand kunnen blijven; verwijzing zal moeten volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5, en de alinea staat in dat document op bytes 29828 tot 32820.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27b649bde52e8e8610dacd2959ad4884bf7e7ac93ff3c5c054d424d6ee8b68f5 | shasum -a 256