Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3411.

Later realiseerde de curator zich dat bij de overdracht van de aandelen van de o.g.-maatschappijen aan Merode weliswaar gedacht is aan de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de NIB, maar dat men toen verzuimd heeft de problematiek van het onderling regres van de andere hoofdelijk verbonden concern-vennootschappen te onderkennen. Aldus had [A] volgens de curator, uit hoofde van de met de NIB getroffen schikking, krachtens art. 1330 (oud)BW een geenszins twijfelachtige juridische grondslag voor een regresvordering jegens de vier ontslagen (voormalige zuster)vennootschappen. Dit aspect is vervolgens door hem met een ieder die het aanging besproken en heeft de accountants geleid tot onder meer een aanpassing van de jaarrekening 1988 van [A] door activering van de regresvordering voor het bedrag van f. 1.2 miljoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404, en de alinea staat in dat document op bytes 7173 tot 8009.