Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3411.

Hieraan heeft [A] in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat zij niet draagplichtig is ten aanzien van de lening van f. 10 miljoen, nu dit bedrag niet heeft gestrekt ter financiering van haar activiteiten. Hetzelfde geldt volgens [A] voor de o.g.-maatschappijen, die evenmin geprofiteerd hebben van de lening en dus evenzeer niet-draagplichtig zijn terzake van de schuld. Uit de kredietbrief van 4 mei 1982 blijkt namelijk, aldus [A], dat het van de NIB geleende bedrag is aangewend ten behoeve van een aantal investeringen op het terrein van [C]. Kort samengevat, betoogt [A] derhalve dat nu de draagplichtige schuldenaren insolvent zijn, het verlies dat door dit onvermogen is ontstaan (i.c. f. 2 miljoen) ponds ponds gelijk verdeeld moet worden tussen de overige (niet-draagplichtige) schuldenaren (vgl. art. 1881 jo 1329 lid 2 (oud)BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404, en de alinea staat in dat document op bytes 9264 tot 10119.