Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3411.
Ik voeg ten overvloede toe dat blijkens de schriftelijke toelichting, nr. 15, de steller van het middel doelt op de omstandigheid, genoemd in r.o. 4.4 van het bestreden arrest, of een concernvennootschap geacht moet worden "direct of indirect toegang tot dat krediet te hebben verkregen en of dat krediet haar in die zin ten goede is gekomen." Opgemerkt wordt dat dit gevolgen van een krediet zijn die "heel wel pas in een later stadium kunnen optreden." De schriftelijke toelichting vermeldt echter geen vindplaatsen in de stukken van het geding in feitelijke instanties waar men hierover gegevens met betrekking tot [A] of de o.g.-maatschappijen kan vinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404, en de alinea staat in dat document op bytes 27793 tot 28465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404 | shasum -a 256