Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3411.
11) Middel II, onderdeel 2, keert zich tegen de laatste volzin van r.o. 4.5, inhoudende dat uit de gepresenteerde feiten en omstandigheden de onderlinge verhouding tussen de hoofdelijk verbonden medeschuldenaren niet is vast te stellen, zodat, bij gebrek aan bewijs voor het tegendeel, op grond van de beginselen van goede trouw en solidariteit welke die onderlinge verhouding tussen de medeschuldenaren beheersen, aangenomen moet worden dat deze concernfinanciering alle partijen in het geding in voormelde zin aanging, en wel in gelijke mate. Het onderdeel stelt dat het hof met dit oordeel te kennen geeft dat door de o.g.-maatschappijen onvoldoende is gesteld ter staving dat de NIB-schuld hen niet aanging in de zin als door het hof in r.o. 4.4 aangegeven. Dit is volgens het onderdeel onjuist althans onbegrijpelijk, nu - kort gezegd - door de o.g.-maatschappijen omstandigheden zijn gesteld, die juist erop wijzen dat zij geen enkel voordeel hebben genoten van het door de NIB verstrekte krediet, omdat het krediet nodig was en aangewend werd voor de herstructurering van de bedrijfsactiviteiten van het [C]-concern waar de o.g.-maatschappijen geheel buiten stonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404, en de alinea staat in dat document op bytes 31469 tot 32655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404 | shasum -a 256