Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3411.

12) Ook dit onderdeel voldoet niet aan de daaraan krachtens art. 407 lid 2 Rv. te stellen eisen, nu niet wordt aangegeven waar de desbetreffende stellingen in de stukken van het geding in feitelijke instanties te vinden zijn. Bovendien wordt evenmin aangegeven waar gesteld is dat en in hoeverre het krediet wèl ten goede is gekomen aan [A]. Ten slotte is het in het onderdeel gestelde, ook als het juist zou zijn, onvoldoende om, gelet op 's hofs in r.o. 4.4 geformuleerde (door het middel niet bestreden) maatstaf, te oordelen dat de o.g.-maatschappijen niet draagplichtig zouden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73ee5c3dc081f7af658558cf9247306114833b24bcd483db03badbbc3b9fa404, en de alinea staat in dat document op bytes 32675 tot 33276.