Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3412.

8. Aangezien de klacht van subonderdeel 3.a van het middel van de verste strekking is, zal ik deze klacht eerst bespreken. De klacht richt zich tegen hetgeen het Hof heeft overwogen en beslist met betrekking tot de vraag of sprake is van eigen schuld bij [eiser] en verwijt het Hof een onjuiste toepassing te hebben gegeven aan art. 6:101 BW door na te laten de in lid 1 vervatte billijkheidscorrectie toe te passen, althans onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de billijkheidscorrectie niet heeft toegepast. Betoogd wordt dat de billijkheidscorrectie ertoe leidt dat de vergoedingsplicht van de rederij geheel in stand blijft nu, aangenomen dat de schade mede het gevolg is van het binnengaan door [eiser] van het ruim tegen de instructies in, het gedrag van [eiser] geen opzet of bewuste roekeloosheid vormt. Daaraan staat niet in de weg dat ingevolge art. 450b K art. 7:658 op de rechtsverhouding tussen [eiser] en de rederij niet van toepassing is, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c52ba039c09ca5efc844094db3c38edeee40a972369c0f0972c38da110336b1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c52ba039c09ca5efc844094db3c38edeee40a972369c0f0972c38da110336b1d, en de alinea staat in dat document op bytes 9361 tot 10349.