Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3412.

In het licht van dit een en ander, en in aanmerking genomen dat de ontstaansgeschiedenis van art. 391 K niet tot een ander oordeel noopt, moet worden aanvaard dat art. 391 niet eraan in de weg staat aan te nemen dat eventuele fouten van een kapitein, die hebben bijgedragen tot het ontstaan van de schade waarvan hij op grond van onrechtmatige daad vergoeding vordert van de werkgever, slechts aan hem kunnen worden toegerekend indien de schade in belangrijke mate het gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Zulks geldt ook in de relatie tussen een ingeleende arbeidskracht en degene die hem heeft ingeleend en die door hem wordt aangesproken op grond van art. 1403 (oud) BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c52ba039c09ca5efc844094db3c38edeee40a972369c0f0972c38da110336b1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c52ba039c09ca5efc844094db3c38edeee40a972369c0f0972c38da110336b1d, en de alinea staat in dat document op bytes 13260 tot 13961.