Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3412.

12. In ieder geval is duidelijk dat in het licht van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak [betrokkene 1 en 2] subonderdeel 3.a slaagt. Mede gelet op zijn ontstaansgeschiedenis staat art. 450b K niet eraan in de weg om aan te nemen dat eventuele fouten van een matroos, die hebben bijgedragen tot het ontstaan van de schade waarvan hij op grond van onrechtmatige daad vergoeding vordert van de werkgever, slechts aan hem kunnen worden toegerekend indien de schade in belangrijke mate het gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Het oordeel van het Hof dat de mate waarin de aan [eiser] toe te rekenen omstandigheden tot het ontstaan van de schade hebben bijgedragen zodanig groot is dat de schade grotendeels voor rekening van [eiser] dient te blijven, is daarom hetzij gegrond op een onjuiste rechtsopvatting - in het geval dat het Hof van een andere maatstaf dan hiervoor is vermeld mocht zijn uitgegaan -, hetzij ontoereikend gemotiveerd, aangezien zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is dat de enkele omstandigheid dat [eiser] tegen de mondelinge instructies het ruim is binnengegaan aangemerkt dient te worden als opzet of bewuste roekeloosheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c52ba039c09ca5efc844094db3c38edeee40a972369c0f0972c38da110336b1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c52ba039c09ca5efc844094db3c38edeee40a972369c0f0972c38da110336b1d, en de alinea staat in dat document op bytes 16241 tot 17442.