Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.

Ik wijs, terzijde, nog wel op het arrest van HR 21 mei 1999, nr. R98/148 met conclusie A-G Hartkamp (Bahceci/Van der Zwan q.q.).(14) De zaak betrof kinderbijslag t.b.v. Bahceci, die overgemaakt was op een rekening van een derde die vervolgens failleerde. De gelden waren nog individualiseerbaar. De Hoge Raad bleef in deze zaak bij zijn hoofdregel van het Slis-Stroom-arrest. Bahceci bleek slechts een concurrente vordering te hebben en een beroep op een afgescheiden vermogen ten behoeve van Bahceci werd dus van de hand gewezen. De rekening waarop de kinderbijslag was gestort, leek intussen in het geheel niet op een kwaliteitsrekening als bedoeld in het obiter dictum van het Slis-Stroom-arrest, noch op een kwaliteitsrekening in de zin van art. 25 WNot. Of het in het gegeven geval nu schortte aan het ontbreken van de inkleding van de rekening als kwaliteitsrekening, dan wel aan het ontbreken van vereiste kwalificaties bij de persoon van de rekeninghouder(s), dan wel aan allebei en eventueel nog méér, blijkt niet uit het arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 32938 tot 33992.