Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.

4.21. In het voorgaande heb ik wellicht al impliciet laten merken dat de lijn van Kortmann c.s. mij niet erg aanspreekt. Zij staat m.i. onvoldoende stil bij de belangen van de (in de literatuur wellicht ondervertegenwoordigde, en in de 'lobbies' stellig ondervertegenwoordigde) bij een faillissement gedupeerde, en door toekenning van een separatistenpositie aan bepaalde anderen nog meer gedupeerde, concurrente crediteuren.(26) Hetzelfde geldt in meer of mindere mate voor crediteuren die zich evenmin in een separatistenpositie kunnen verheugen, maar aan wie in het afgewogen wettelijk stelsel toch een zekere voorrang is toegekend.(27) Kortom: de crediteuren waaraan de Hoge Raad in rov. 3.2 van het Slis-Stroom-arrest nadrukkelijk aandacht heeft gegeven, vóór hij kwam met het 'noodverband' voor de (nu maar kort gezegd) belanghebbenden bij een registergoed-transport.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 44101 tot 44990.