Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.

4.23. Tjittes verwijst bij zijn bovenstaande opinie naar eerdere publicaties van de in deze conclusie - even terecht als onvermijdelijk - vaak genoemde W. Snijders. Ik veroorloof mij nu enige bekorting door alleen nog 'haasje-over'-gewijs stil te staan bij wat Snijders zijnerzijds weer schreef over de bundel waarin Tjittes bovenvermeld standpunt neerlegde, en anderen hún standpunten. Zie W. Snijders, TvI 1999, p. 149 e.v. Op p. 150 r.k. resumeert Snijders dat men zowel in België als in Nederland met de afgrenzingsvraag worstelt. Hij constateert slechts eenstemmigheid waar het gaat 'om de derdenrekeningen van beroepsgroepen die regelmatig, al dan niet als tussenpersonen, voor derden gelden ontvangen'. Op p. 152 l.k. wijst Snijders op een miskenning door (o.m.) Vranken dat het succes van derdengeldrekeningen via stichtingen niet zit in een kwaliteitskarakter daarvan, maar in de aparte rechtspersoonlijkheid en het (zo goed als) ontbreken van andere schuldeisers. 'Het gaat hier dus om een - zij het in de nieuwe Notariswet alweer verlaten(28) - alternatief voor de kwaliteitsrekening. Welnu, de aanwezigheid van zo'n alternatief doet uiteraard af aan een 'maatschappelijke noodzaak'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 46943 tot 48152.