Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 188 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.

5.15. Naar mijn mening heeft het hof terecht de eis gesteld van een bijzondere vertrouwensrelatie, in de zin van het Slis-Stroom-arrest en in de zin van hetgeen is opgemerkt bij de parlementaire behandeling van art. 25 (ontwerp: art. 22) van de Wet op het notarisambt van 1999. Bij een dergelijke vertrouwensrelatie gaat het, zoals eerder bleek, om aan de notaris of deurwaarder in diens kwaliteit toevertrouwde gelden, waaraan naar veler mening(31) toegevoegd kan worden de advocaat en de registeraccountant, terwijl ook arbiters genoemd zijn. Net als bij de (inmiddels wettelijk geregelde) afgescheiden rekeningen bij notarissen en deurwaarders, laten zich bij door advocaten, registeraccountants en arbiters behandelde zaken geheel vergelijkbare belangen denken die hen aanspraak geven op een vergelijkbare kwalificatie van vertrouwenspersoon. Indien - in afwachting van eventuele nadere wettelijke regelingen - door de jurisprudentie een scheidslijn moet worden getrokken, lijkt mij, overeenkomstig Asser-Mijnssen-De Haan(-Van Dam) de hier bedoelde scheidslijn een juiste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 68579 tot 69669.