Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.
5.17. Aan het hierboven gezegde wil ik nog het volgende toevoegen. Ik onderken dat vanuit het gezichtspunt van een crediteur als in casu de Coöperatie een scheidslijn als boven bedoeld onbevredigend zal worden gevonden, nu de Coöperatie net zo goed als in voorkomend geval in een notaris of deurwaarder, in dit geval in een facturerings- en incasso-onderneming haar 'vertrouwen' heeft gesteld. Dat is echter m.i. geen aanvaardbaar richtsnoer voor de beantwoording van de vraag die hier aan de orde is. Ieder die gelden aan anderen toevertrouwt of een vorderding laat openstaan, doet dat in het vertrouwen dat er zal worden terugbetaald, doorbetaald of verrekend, resp. betaald. Maar bij een faillissement loopt het mis, en dan is de vraag waarom de ene crediteur beter behandeld moet worden dan de andere. Het enkele gegeven, en nu beschaamde vertrouwen is daartoe natuurlijk ten enen male onvoldoende. Ik herinner nog maar even aan de overwegingen van de Hoge Raad in het Slis-Stroom-arrest:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 70348 tot 71356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2 | shasum -a 256