Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 246 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.

Het onderdeel klaagt dat het hof daarmee miskent dat de curator een boedelvordering in beginsel ogenblikkelijk aan de boedelschuldeiser dient te voldoen, bij gebreke waarvan de boedelschuldeiser de curator in rechte kan betrekken teneinde diens boedelvordering geldend te maken. Een boedelvordering, zo gaat het onderdeel verder, behoeft immers niet ter verificatie te worden aangemerkt of anderszins in het faillissement geldend te worden gemaakt. Waar partijen, zo besluit het onderdeel, het er in appèl over eens waren dat sprake is van een boedelvordering (met dien verstande dat dit een subsidiaire stelling van de Coöperatie was), had het hof die vordering in zoverre moeten toewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 87027 tot 87734.