Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3413.

3.4. De rechtbank heeft aan dit oordeel onder meer ten grondslag gelegd dat er geen reden is de rechtsfiguur van de kwaliteitsrekening slechts toe te laten ten aanzien van gelden naar aanleiding van één op zichzelf staande transactie, noch om deze slechts toe te staan voor transacties waarbij derden betrokken zijn als notarissen of advocaten (rov. 4.6). Naar haar oordeel was uit de inrichting van de door ProCall ten behoeve van de Coöperatie verzonden facturen/acceptgiroformulieren en de tenaamstelling van de bankrekening voor de betrokken patiënten of hun verzekeraars duidelijk - althans had hen duidelijk behoren te zijn - dat de factuur betrekking had op een dienst die was verleend door een tot de Coöperatie behorende arts, en dat ProCall slechts wat betreft de inning van het verschuldigde bedrag handelde namens de Coöperatie. Steeds was op duidelijke wijze voor de derde-debiteur kenbaar dat ProCall handelde als tussenpersoon in de hoedanigheid van opdrachtnemer van de Coöperatie, aldus de rechtbank (rov. 4.7). De telebankierrekening was volgens de rechtbank dus een kwaliteitsrekening en de vóór het faillissement van ProCall op die rekening ontvangen bedragen zijn afgezonderd gebleven van het failliete vermogen van ProCall (rov. 4.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4197a0897696ad6e11b6105e9d94de407169051709ba66c1aceff5bde75e26c2, en de alinea staat in dat document op bytes 14417 tot 15696.