Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3419.

Onderdeel 3.7 betoogt dat namens SCC is weersproken dat aan [verweerder] onvoldoende informatie zou zijn verstrekt, en dat het hof dat gegeven dus niet zonder meer in zijn oordeel kon betrekken. Deze klacht lijkt mij juist: inderdaad heeft SCC zowel voor 1994 als voor 1995 (in beide jaren o.a. met betrekking tot kort-gedingprocedures waarin dit gegeven een rol speelde) betwist dat aan [verweerder] onvoldoende informatie zou zijn verstrekt c.q. dat [verweerder] onvoldoende gelegenheid zou zijn gegeven om zich zelf van de nodige informatie te voorzien. In de Memorie van Antwoord van 24 mei 2000 is dat in de alinea's 9 en 10 zeer uitvoerig gebeurd. Daardoor kon het hof het feit dat het anders zou zijn niet zonder nader onderzoek aan zijn beslissing ten grondslag leggen. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor onderdeel 3.8, dat een uitwerking betreft van wat inhoudelijk neerkomt op dezelfde klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41981c8376f95713a78ee07d7c690e388d3ef8b6cd6bbf49b91be39d722725fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41981c8376f95713a78ee07d7c690e388d3ef8b6cd6bbf49b91be39d722725fb, en de alinea staat in dat document op bytes 41699 tot 42620.