Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3419.

38) Onderdeel 1.6 klaagt dat het hof de tweede beslissing van de ondernemingskamer anders heeft uitgelegd dan de Hoge Raad had gedaan in de beslissing op het cassatieberoep tegen die uitspraak van de ondernemingskamer. Het is de vraag of dat zo is. De verhouding tussen [verweerders] positie als directeur en zijn positie als aandeelhouder moet bij toetsing aan art. 2:9 BW zelfstandig worden beoordeeld, en zo nodig met toepassing van andere wegingsfactoren dan in het kader van een beslissing op de voet van art. 2:354 BW zijn toegepast (dat heeft het hof, in cassatie niet bestreden, ook in de tweede en derde volzinnen van rov. 8 vastgesteld). In dat verband kan relevant zijn dat de ondernemingskamer ook heeft moeten oordelen over gedragingen waarbij de beide hoedanigheden van [verweerder] in geding waren (en dat het hof, zo begrijp ik het, op dat punt niet aan de door de ondernemingskamer gekozen weg gebonden is). Beslissend lijkt mij intussen reeds dat de hier bestreden vaststelling, blijkens de zinsnede "Het hof stelt daarbij nog vast" geen zelfstandige dragende rol speelt, maar ten overvloede is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41981c8376f95713a78ee07d7c690e388d3ef8b6cd6bbf49b91be39d722725fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41981c8376f95713a78ee07d7c690e388d3ef8b6cd6bbf49b91be39d722725fb, en de alinea staat in dat document op bytes 46103 tot 47229.