Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3422.
3.26 In rov. 6.6.4 komt de Rechtbank - kort gezegd - tot de conclusie dat [eiseressen] in de periode 1994/5 niet gedurende een periode van zes maanden hebben gewerkt. Onderdeel 4 bestrijdt dat oordeel. Betoogd wordt dat [eiseres 2] in die periode wél zes maanden heeft gewerkt wanneer de weken waarin 0 uren "zijn gewerkt" worden meegeteld. De Rechtbank zou ten onrechte in het midden hebben gelaten of deze laatste weken moeten worden meegeteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ec1eb3f9b720b1a506e2fbea511cde465a07bd1c6eabc7f4bc1ad92619fe6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ec1eb3f9b720b1a506e2fbea511cde465a07bd1c6eabc7f4bc1ad92619fe6a, en de alinea staat in dat document op bytes 38781 tot 39241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2ec1eb3f9b720b1a506e2fbea511cde465a07bd1c6eabc7f4bc1ad92619fe6a | shasum -a 256