Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3450.

2.9. Voor wat betreft de afzonderlijke argumenten van het middel: argument (a) faalt omdat Van Houten de verklaring mede heeft ondertekend en daarmee tot de zijne heeft gemaakt. Hij heeft de verklaring niet slechts getekend voor "gezien". Argument (b) acht ik niet beslissend omdat de door Van Houten mede ondertekende verklaring niet (slechts) is gebaseerd op een observatie die Van Houten een week voordien zou hebben gedaan, maar - blijkens de vaststelling van de rechtbank - op het onder zijn supervisie feitelijk door Langerak verrichte onderzoek. De eerdere observatie door Van Houten is kennelijk door de rechtbank vermeld teneinde daarmee duidelijk te maken dat Van Houten de door Langerak opgestelde verklaring niet "blind" heeft getekend zonder de patiënte te kennen, maar dat Van Houten daadwerkelijk aandacht heeft besteed aan betrokkene. Argument (c) faalt omdat de (motiverings-)regels, bedoeld in alinea 2.2 hiervoor, doelen op de situatie waarin het psychiatrisch onderzoek van de betrokkene om enigerlei reden achterwege is gebleven of anderszins is beperkt. In de onderhavige zaak heeft een volledig psychiatrisch onderzoek plaatsgevonden, zij het dat dit onder supervisie van de psychiater door een andere arts is verricht. M.i. bestaat geen rechtsregel die ertoe verplicht dat (in de geneeskundige verklaring of anderszins) wordt verantwoord waarom de psychiater het onderzoek onder zijn supervisie door een arts-assistent heeft laten uitvoeren. Argument (d) komt neer op de eis dat in de geneeskundige verklaring zelf wordt vermeld waaruit de supervisie van Van Houten heeft bestaan. Deze klacht faalt omdat geen rechtsregel daartoe noopt. Iets anders is dat, nu op dit punt verweer werd gevoerd, de rechter wel behoorde te onderzoeken of het in art. 5 lid 1 bedoelde onderzoek door een psychiater had plaatsgevonden. De rechtbank heeft hieromtrent ter terechtzitting navraag gedaan. In het oordeel van de rechtbank ligt besloten dat in dit geval sprake is geweest van een serieuze supervisie en niet slechts van een "blind" ondertekenen. Dit feitelijke oordeel behoefde geen nadere motivering om begrijpelijk te zijn, ook niet in het licht van de (summiere) betwisting ter terechtzitting in eerste aanleg. De slotsom is dat het middel in al zijn onderdelen faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed711aab6a4c338f776c791cd0217cbe956686721e228f09fe8644f4f6ce996a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed711aab6a4c338f776c791cd0217cbe956686721e228f09fe8644f4f6ce996a, en de alinea staat in dat document op bytes 18890 tot 21189.