Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3807.
5. Aan het middel kan worden toegegeven dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen "omkering van de bewijslast" en "het toelaten tot tegenbewijs". Uit hoofde van art. 177 (oud) Rv., thans art. 150 Rv., draagt de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. Toepassing van de slotzinsnede van deze bepaling(en) - een zogenaamde "zuivere bewijslastomkering" - heeft tot gevolg dat de wederpartij de bewijslast en het bewijsrisico krijgt opgelegd van hetgeen zij ter betwisting van de tegen haar ingestelde vordering heeft aangevoerd. Omdat deze stellingen doorgaans het tegendeel zullen behelzen van hetgeen is aangevoerd door de partij die oorspronkelijk de bewijslast droeg, wordt wel gesproken van "tegendeelbewijs". Deze bewijslastomkering moet worden onderscheiden van het geval waarin de rechter, de hoofdregel van bewijslastverdeling toepassende, op basis van de voorliggende bewijsmiddelen tot het (feitelijk) oordeel komt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten in dat bewijs is geslaagd, behoudens door de wederpartij te leveren tegenbewijs. In zo'n geval is geen sprake van verplaatsing van het bewijsrisico; hoewel strikt genomen onjuist, wordt ook in zo'n geval evenwel niet zelden gesproken van een omkering van de bewijslast. Zie: W.D.H. Asser, Bewijslastverdeling, Mon. NBW A-24 (1992), nr. 13 en voorts: HR 23 oktober 1992, NJ 1992, 813, HR 24 september 1993, NJ 1994, 226, m.nt HER onder NJ 1994, 227, HR 25 maart 1994, NJ 1995, 549, HR 9 oktober 1998, NJ 1999, 195, m.nt ARB, HR 7 april 2000, NJ 2001, 32, m.nt DA; alsmede: Pitlo-Hidma-Rutgers, Bewijs, 1995, nr. 29-31, G.J. Visser, TCR 1997, p. 73 e.v. en I. Giesen, NTBR 1998, p. 89.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/915141e2e03e5f77921c3a8e3d2749900bc79d94e8ed4bcfad3daf775283bf5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 915141e2e03e5f77921c3a8e3d2749900bc79d94e8ed4bcfad3daf775283bf5b, en de alinea staat in dat document op bytes 13069 tot 15001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/915141e2e03e5f77921c3a8e3d2749900bc79d94e8ed4bcfad3daf775283bf5b | shasum -a 256