Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3818.

4.5. Een inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring kan ingevolge art. 10, tweede lid, EVRM gerechtvaardigd zijn voorzover is voldaan aan de in die bepaling omschreven voorwaarden. Dat wil in de eerste plaats zeggen dat het bevel een basis moet hebben in het nationale recht. De desbetreffende nationale normen moeten een zekere precisie hebben. De inbreuk moet in de tweede plaats een van de in art. 10, tweede lid, EVRM genoemde doeleinden dienen. In de derde plaats moet de inbreuk ter bereiking van zo'n doel in een democratische samenleving noodzakelijk zijn (vgl. HR 10 mei 1996, NJ 1996, 578). Bij dit laatste spelen beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit een rol. Er zal daarom moeten worden afgewogen of de inbreuk noodzakelijk is om het belang van de waarheidsvinding in strafzaken te dienen en dus of er geen andere minder bezwarende wegen zijn te volgen waarlangs het belang van de waarheidsvinding in voldoende mate kan worden gediend. Voorts zal in de afweging moeten worden betrokken of de inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring in redelijke verhouding staat tot het te dienen belang van de waarheidsvinding. Bij die laatste afweging zal het gewicht van de strafbare feiten waarnaar onderzoek wordt gedaan een rol spelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ea1f7657fb7b39f4979de6e2f0202329e65832961090d8c55d98136cc6651e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ea1f7657fb7b39f4979de6e2f0202329e65832961090d8c55d98136cc6651e, en de alinea staat in dat document op bytes 15345 tot 16612.