Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4069.

Ik acht dit uitgangspunt ook voor de voeging van een dochtermaatschappij met ingang van het tijdstip van haar totstandkoming goed verdedigbaar. Niettemin heb ik aanleiding gevonden, waar mogelijk bij dit soort gevallen, deze regeling te vereenvoudigen. (...). Deze vereenvoudiging houdt voor de (...) achterwaartse verliesverrekening in dat (...) het verlies van deze, bij hun totstandkoming fiscaal verenigde, dochtermaatschappij(en) voortaan verrekenbaar is met de voor het verenigingstijdstip (...) behaalde winsten door de moedermaatschappij. Een afzonderlijke toerekening is in deze gevallen niet meer nodig. (...). Indien echter de moedermaatschappij op het verenigingstijdstip reeds een fiscale eenheid vormt met een of meer andere maatschappijen en er voor die voeging een verrekening of overbrenging over de ingangsdatum van die voeging heen zou kunnen plaatsvinden, gepaard gaande met een afzonderlijke berekening per maatschappij van winsten, (...) brengt deze afzonderlijke berekening met zich dat daarin ook de met ingang van haar totstandkoming fiscaal verenigde dochtermaatschappij wordt betrokken. Er dienen dan wel afzonderlijke berekeningen voor de moedermaatschappij en de desbetreffende dochtermaatschappij(en) plaats te vinden, zulks overeenkomstig hetgeen daarvoor is voorgeschreven in de voorwaarden (...)".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39170fcd0d9fd22b15179ead36023c771715b979eedb2894ee40feac7f548329. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39170fcd0d9fd22b15179ead36023c771715b979eedb2894ee40feac7f548329, en de alinea staat in dat document op bytes 11088 tot 12431.