Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4069.

Een andere conclusie was naar onze mening ook - en wellicht zelfs beter - denkbaar geweest. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 21 maart 2001, nr. 35 425, V-N 2001/18.5 beslist dat door de staatssecretaris te stellen voorwaarden geen inbreuk mogen maken op het wezen van de fiscale eenheid, te weten dat tijdens het bestaan daarvan de vennootschapsbelasting wordt geheven alsof de dochtermaatschappij in de moedermaatschappij is opgegaan. Tot de essentie van de fiscale eenheid behoort ook dat verliezen van de combinatie op de normale wijze verrekend moeten kunnen worden, behoudens in geval van toetreding van nieuwe dochtermaatschappijen. Een nieuw opgerichte dochter behoort vanaf oprichting tot de fiscale eenheid en wij kunnen ons voorstellen dat de essentie van de fiscale eenheid met zich mee zou brengen de nieuw opgerichte dochter daarom als een integraal onderdeel van de oprichter te beschouwen. Er is geen moment van opgaan in, de dochtervennootschap heeft fiscaal nooit zelfstandig bestaan. Vanuit die gedachte zou de winstsplitsing, die in wezen een inbreuk is op de essentie van de fiscale eenheid, moeten worden beperkt tot de oorspronkelijke fiscale eenheid en de dochter met voorvoegingsverliezen, beide tezamen met eventuele door hen nieuw opgerichte en direct gevoegde dochters.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39170fcd0d9fd22b15179ead36023c771715b979eedb2894ee40feac7f548329. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39170fcd0d9fd22b15179ead36023c771715b979eedb2894ee40feac7f548329, en de alinea staat in dat document op bytes 16880 tot 18194.