Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4146.
19. Vergelijken we het wezen van de Nederlandse ontnemingsprocedure met dat van de Engelse, dan valt op, dat de wijze waarop het voordeel volgens het Engelse recht wordt vastgesteld tot op zekere hoogte een zwaardere last op de schouders van de veroordeelde legt dan de wijze waarop dit volgens het Nederlandse recht geschiedt. Wil volgens het Nederlandse recht voordeel van andere feiten dan verkregen door het bewezenverklaarde feit worden ontnomen, dan moet het - voor zover hier van belang - gaan om soortgelijke feiten(8), "waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan" (art. 36e lid 2 Sr). Die eis kent het Engelse recht niet. Een rigoureuze verplaatsing van de bewijslast van het openbaar ministerie naar de veroordeelde ligt in het Nederlandse systeem niet besloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9524a1d3b4a4a75382d43296c6626faea0250c9461d2d6d88548c82fab1ae889. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9524a1d3b4a4a75382d43296c6626faea0250c9461d2d6d88548c82fab1ae889, en de alinea staat in dat document op bytes 21598 tot 22413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9524a1d3b4a4a75382d43296c6626faea0250c9461d2d6d88548c82fab1ae889 | shasum -a 256