Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4146.
28. Hiermee was aan de Oostenrijkse praktijk, zoals deze bleek uit de zaak Sekanina nog geen einde gekomen. In de zaak Rushiti v. Oostenrijk ( EHRM 21 maart 2000, Appl. no. 28389/95) moest het EHRM zich opnieuw buigen over de vraag of art. 6 lid 2 EVRM geschonden was nu de rechter zich bij de afwijzing van een na vrijspraak gedaan verzoek tot vergoeding van door de strafzaak geleden schade liet leiden door overwegingen waaruit sprak dat ondanks de vrijspraak verdenking jegens Rushiti was blijven bestaan. Het EHRM vat eerst zijn rechtspraak nog eens samen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9524a1d3b4a4a75382d43296c6626faea0250c9461d2d6d88548c82fab1ae889. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9524a1d3b4a4a75382d43296c6626faea0250c9461d2d6d88548c82fab1ae889, en de alinea staat in dat document op bytes 35747 tot 36321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9524a1d3b4a4a75382d43296c6626faea0250c9461d2d6d88548c82fab1ae889 | shasum -a 256