Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4151.

11.6. Iets anders is of de omstandigheid dat belanghebbende heeft nagelaten van de nabetalingen aangifte te doen, ook in het onderhavige geval de conclusie rechtvaardigt dat belanghebbende de Inspecteur opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden en derhalve te kwader trouw was. Er zijn immers twee verschillen ten opzichte van de situatie waarin D verkeerde. In de eerste plaats is belanghebbende eind 1984 naar de Verenigde Staten geëmigreerd en zijn hem daarom voor de jaren 1988-1990 geen aangiftebiljetten meer uitgereikt. In de tweede plaats is zeker niet evident dat de belastingheffing over de nabetalingen na belanghebbendes emigratie nog aan Nederland toekomt. De daarvoor van belang zijnde artikelen II, III en XVI van het Verdrag zijn gecompliceerd en verschillen in belangrijke mate van de in de meeste belastingverdragen opgenomen, op het OESO-modelverdrag gebaseerde, voor de toewijzing van het heffingsrecht over ondernemingswinst en zelfstandige arbeid relevante artikelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171, en de alinea staat in dat document op bytes 55313 tot 56326.