Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4151.

De vraag rijst (...) of (...) eventuele verzuimen van Inspecteur B aan de Inspecteur toegerekend moeten worden op grond van de indruk die de belanghebbende omtrent de organisatie van de belastingadministratie heeft gehad. Het Hof heeft overwogen (t.a.p.), "dat inspecteur B ... door belanghebbende als contactinspecteur mocht worden gezien." Dit betekent, dat de belanghebbende de gerechtvaardigde indruk had, dat de Inspecteur alvorens de aanslag te regelen overleg zou plegen met, dat wil ten minste zeggen advies zou inwinnen bij, Inspecteur B. Aangezien nu de wettelijke vereisten voor navordering ertoe strekken te voldoen (Verslag van het mondeling overleg tevens eindverslag,1957-1958 - 4080, nr. 7, punt 19, rk., 2e al.) "aan de eisen van rechtszekerheid, welke de belastingplichtigen hier mogen stellen", meen ik, dat ten dezen de indruk van de belanghebbende zwaarder gewogen moet worden dan het daadwerkelijk gebeuren. Ik meen derhalve, dat onder de door het Hof vastgestelde omstandigheden eventuele verzuimen van Inspecteur B aan de Inspecteur moeten worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171, en de alinea staat in dat document op bytes 22384 tot 23480.