Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4151.

"(...) Het Hof heeft, gelet op de oordelen onder 6.1 en 6.2.1 van zijn uitspraak, de ter zake van het uittreden van belanghebbende opgemaakte overeenkomst aldus uitgelegd dat belanghebbende na zijn uittreden uit de maatschap recht bleef behouden op zijn aandeel in de vorderingen op de opdrachtgevers, zij het dat hij te dier zake slechts een vorderingsrecht verkreeg tegenover zijn vroegere medevennoten tot afgifte van dit aandeel in alsnog ter zake van de vorderingen ontvangen betalingen, en niet rechtstreeks een vordering kreeg op de opdrachtgevers. Gelet op deze geenszins onbegrijpelijke uitlegging van de overeenkomst zijn de rechten welke belanghebbende aan de overeenkomst ontleende zozeer op één lijn te stellen met in de uitoefening van zijn onderneming ontstane vorderingen, dat de redelijkheid zich ertegen verzet die rechten tot het privé-vermogen te rekenen. De in latere jaren ontvangen betalingen hadden dan ook door belanghebbende als winst uit onderneming moeten worden verantwoord. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171, en de alinea staat in dat document op bytes 31518 tot 32544.