Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4151.
Aangezien onderdeel 1 van het middel niet opgaat, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat de rechten die belanghebbende ontleent aan de met (de overgebleven vennoten van) H gesloten 'Overeenkomst inzake uittreden' voor hem ondernemingsvermogen vormen. Voorts is van belang dat de vorderingen op de Saoedi-Arabische opdrachtgevers waarop de zo-even bedoelde rechten van belanghebbende betrekking hebben, niet behoren tot het vermogen van de vaste inrichting van H in Saoedi-Arabië doch toegerekend moeten worden aan het hoofdkantoor van H in Nederland. Het Hof heeft dit laatste in rechtsoverweging 6.1 als vaststaand aangenomen, hetgeen op zich in cassatie niet wordt bestreden. Weliswaar wordt in het verweerschrift, tevens incidenteel cassatieberoepschrift, op blz. 45, onder III.3.24, naar voren gebracht dat Nederland geen heffingsrecht toekomt ter zake van een vorderingsrecht van een Amerikaans ingezetene op een Saoedi-Arabische opdrachtgever. Maar dat deze passage ook wil betwisten dat de vorderingen op de Saoedi-Arabische opdrachtgevers aan het hoofdkantoor van H moeten worden toegerekend, lees ik er niet in.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171, en de alinea staat in dat document op bytes 35698 tot 36837.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56ae8e56f876b58683e92cc4638cba080a582fa00f35fe17548ff434bc1eb171 | shasum -a 256